Canvas Gidsen (Dutch)Canvas GidsenBeheerders Gids InstellingenHoe beheer ik nieuwe functies voor een account?

Hoe beheer ik nieuwe functies voor een account?

Canvas voegt voortdurend nieuwe functies toe om het product nog beter te maken. Het merendeel van de verbeteringen wordt uitgebracht als onderdeel van onze releasecyclus. Sommige functies kunnen echter de werkstroom voor algemene activiteiten in Canvas tijdens de huidige periode veranderen. Omdat we graag willen dat je deze functies in je eigen tempo leert kennen, zijn ze in de Accountinstellingen opgenomen als een functieoptie. Met functieopties kun je zelf bepalen of je de nieuwe functie voor je organisatie wilt inschakelen. De meeste organisaties zullen de functie willen gebruiken als een pilot en de functie vervolgens tussen twee periodes willen inschakelen voor de gehele organisatie.

Deze les bevat een overzicht van de manier waarop functieopties voor een geheel account kunnen worden beheerd. Functies kunnen worden geactiveerd op account-, subaccount-, cursus- en gebruikersniveau. Op cursusniveau kun je cursusleiders de mogelijkheid bieden om functies voor afzonderlijke cursussen te implementeren. Beheerders en cursusleiders hebben geen controle over functies op gebruikersniveau.

Het merendeel van de functies is op elk gewenst moment voor je beschikbaar. Sommige functies worden echter alleen weergegeven nadat ze zijn ingeschakeld door je Customer Success Manager (CSM). Ga naar de les over huidige accountfuncties voor informatie over de specifieke functieopties die beschikbaar zijn.

De meeste functieopties zijn slechts gedurende korte tijd optioneel. Nadat een functieoptie officieel is vrijgegeven in je productieomgeving, zijn er enkele releases (afhankelijk van de functie) voordat de optie voor alle Canvas-gebruikers wordt ingeschakeld. Daarom raden we je aan om je bèta-omgeving te gebruiken om vertrouwd te raken met nieuwe functieopties voor je organisatie. Wanneer de functies dan worden vrijgegeven in je productieomgeving, kun je ze zo snel als je wilt beschikbaar stellen aan je organisatie.

Opmerking: Functies op accountniveau kunnen niet worden beheerd in subaccounts en Free-for-Teacher-accounts.

Account openen

Account openen

Klik in Globale navigatie op de link Beheerder (Admin) [1] en klik vervolgens op de naam van het account [2].

Instellingen openen

Instellingen openen

Klik op de link Instellingen (Settings) in Accountnavigatie.

Tabblad Functieopties openen

Klik op het tabblad Functieopties (Feature Options).

Functieopties weergeven

Beschikbare functies worden weergegeven op het tabblad Functieopties. Sommige nieuwe functies moeten worden ingeschakeld door je Customer Success Manager.

Typen functies weergeven

Zodra functies beschikbaar zijn, worden ze vermeld op basis van Account [1] of Cursus [2], afhankelijk van het functionaliteitsniveau van de functie.

Elke functie is voorzien van een beschrijving. Klik op het pijlpictogram [3] om het functievak uit te vouwen en de beschrijving weer te geven.

Functietags weergeven

Functietags geven de status van elke functie aan. Een functie zonder label [1] betekent dat de functie stabiel is en klaar voor gebruik in je productieomgeving  Functies kunnen ook zijn voorzien van een bèta-tag [2], die aangeeft dat de functie wel kan worden gebruikt in de productieomgeving, maar nog steeds wordt getest op bruikbaarheid en toegankelijkheid. Het inschakelen van een bètafunctie kan onbedoeld gedrag binnen je Canvas-account tot gevolg hebben.

Opmerking: Soms bevatten functies een Development-tag, die aangeeft dat de functie alleen beschikbaar is voor testdoeleinden in je bèta-omgeving. De functie is dan niet beschikbaar in de productieomgeving.

Functiestatus weergeven

Als beheerder op accountniveau kun je kiezen om functies als standaard in of uit te schakelen in het account en alle subaccounts.

Als een functie kan worden bewerkt op subaccount- of cursusniveau kun je kiezen om bewerken van de standaard functiestatus op subaccount- of cursusniveau te vergrendelen of toe te staan.

Standaard functiestatus beheren

Als beheerder op accountniveau kun je kiezen om functies als standaard in of uit te schakelen voor het account en alle subaccounts.

Klik op het pictogram Status (State) [1] om een functie in of uit te schakelen.

Klik op de optie Ingeschakeld (Enabled) [2] om de functie als standaard voor het account en alle subaccounts in te schakelen.

Klik op de optie Uitgeschakeld (Disabled) [3] om de functie als standaard voor het account en alle subaccounts uit te schakelen.

Opmerking: Wanneer je een functie inschakelt, kan Canvas afhankelijk van de functionaliteit, mogelijk een waarschuwingsmelding weergeven met de vraag om je optie te bevestigen, omdat bepaalde accountfuncties niet meer kunnen worden uitgeschakeld als ze eenmaal zijn ingeschakeld.

Standaard functiestatus weergeven

Functies die standaard zijn ingeschakeld, tonen het pictogram Ingeschakeld (Enabled) [1].

Functies die standaard zijn uitgeschakeld, tonen het pictogram Uitgeschakeld (Disabled) [2].

Functies toestaan en vergrendelen

Sommige functies kunnen worden beheerd op subaccount- of cursusniveau. Als accountbeheerder kun je kiezen of om bewerken van die functies op subaccount- of cursusniveau te vergrendelen of toe te staan.  

Om wel of niet toe te staan of de standaardstatus van een functie op subaccount- of cursusniveau kan worden bewerkt, klik je op het pictogram Status (State) [1] van de functie

Om de standaardstatus van een functie te vergrendelen zodat deze niet kan worden bewerkt op subaccount- of cursusniveau, selecteer je de optie Vergrendelen (Lock) [2].

Om toe te staan dat de standaardstatus van een functie op subaccount- of cursusniveau kan worden bewerkt, schakel je de optie Vergrendelen (Lock) uit.

Opmerkingen:  

  • Functies die alleen op accountniveau kunnen worden beheerd, zullen geen pictogram voor vergrendeld of ontgrendeld [3] weergeven. De standaardstatus van die functies wordt ingesteld voor het account en alle subaccounts.
  • Wanneer je een functiestatus ontgrendelt, kan Canvas afhankelijk van de functionaliteit, mogelijk een waarschuwingsmelding weergeven met de vraag om je optie te bevestigen, omdat bepaalde accountfuncties niet meer kunnen worden uitgeschakeld als ze eenmaal zijn ingeschakeld.

Toegestane en vergrendelde functies bekijken

Vergrendelde functies hebben het pictogram Vergrendeld (Locked) [1].

Toegestane functies hebben het pictogram Ontgrendeld (Unlocked) [2].

Tooltips van functiestatus bekijken

Desktop

Om een meer gedetailleerde beschrijving van de status van de functieoptie te zien, houd je de aanwijzer boven het statuspictogram van de functieoptie. Een tooltip geeft uitleg over de huidige status van de functieoptie. De tooltip toont de volgende beschrijvingen gebaseerd op de status van de functieoptie:

Accountfunctieopties:

  • Status: Ingeschakeld en ontgrendeld | Tooltip: Toegestaan voor subaccounts/cursussen, standaard ingeschakeld
  • Status: Ingeschakeld en vergrendeld | Tooltip: Ingeschakeld voor alle subaccounts/cursussen
  • Status: Uitgeschakeld en ontgrendeld | Tooltip: Toegestaan voor subaccounts/cursussen, standaard uitgeschakeld
  • Status: Uitgeschakeld en vergrendeld | Tooltip: Uitgeschakeld voor alle subaccounts/cursussen

Cursusfunctieopties

  • Status: Ingeschakeld en ontgrendeld | Tooltip: Optioneel in cursus, standaard ingeschakeld
  • Status: Uitgeschakeld en ontgrendeld | Tooltip: Optioneel in cursus, standaard uitgeschakeld

Functies op cursusniveau weergeven

Functies op cursusniveau weergeven

Cursusleiders kunnen functies weergeven die je hebt ingeschakeld op het tabblad Functieopties in Cursusinstellingen.

Functies op gebruikersniveau weergeven

Functies op gebruikersniveau weergeven

Gebruikers kunnen Functieopties op gebruikersniveau (User-Level Feature Options) onder aan hun Profielinstellingen inschakelen.

Opmerking: Beheerders hebben geen controle over functies op gebruikersniveau.